Overlijden

Als een persoon in uw naaste omgeving overlijdt, is dat een ingrijpende gebeurtenis. Nabestaanden moeten van alles regelen. Ook het voortzetten of opzeggen van de huurovereenkomst.

Medehuurder

Als een hoofdhuurder overlijdt, wordt de medehuurder automatisch hoofdhuurder. Dit geldt zowel voor een achterblijvende echtgenoot als voor een medehuurder in een andere samenlevingsvorm. De huurovereenkomst blijft geldig, met de medehuurder als hoofdhuurder.

Medebewoner

Bent u geen medehuurder, maar was de woning wel uw hoofdverblijf én kunt u aantonen dat u minimaal zes maanden een duurzame gemeenschappelijke huishouding voerde met de hoofdhuurder? Dan kunt u binnen zes maanden na overlijden van de huurder een verzoek voor medehuurderschap indienen. Gebeurt dit niet binnen zes maanden na overlijden van de huurder dan eindigt de huurovereenkomst. Als niemand aan de voorwaarden voor medehuurderschap voldoet, eindigt de huurovereenkomst aan het einde van de tweede maand na de maand waarin de huurder is overleden.

Enige bewoner

Is er geen bewoner die de huurovereenkomst voortzet? Dan eindigt deze aan het eind van de tweede maand na het overlijden. Tot dat moment zijn de erfgenamen verantwoordelijk voor de betaling van de huur, de ontruiming van de woning en het herstel van eventuele gebreken aan de woning. Als erfgenaam kunt u de huur ook eerder opzeggen. Dat kunt u schriftelijk of online doen, met een kopie van de overlijdensakte. De opzegtermijn is minstens één maand.   

Huurtoeslag

Overlijden van de hoofdhuurder kan invloed hebben op de huurtoeslag. Wilt u meer informatie over het voortzetten van de huurtoeslag? Kijk dan op de website van de Belastingdienst www.belastingdienst.nl of bel de BelastingTelefoon via 0800 0543.